Fascinerende macrofotografie
Door WhiteWall-expert Jan-Ole Schmidt
De wereld van de macrofotografie biedt fascinerende perspectieven op details en structuren die met het blote oog nauwelijks te zien zijn. Of het nu gaat om het binnenste van een bloem, de kop van een wesp of de indrukwekkende vormen die ontstaan wanneer een waterdruppel op een oppervlak valt – de mogelijkheden zijn eindeloos. Een bijzondere aantrekkingskracht van macrofotografie is dat zowel beginners als ervaren fotografen indrukwekkende resultaten kunnen behalen. Met slechts een camera en een macrolens kun je meteen aan de slag en adembenemende foto's maken. De verscheidenheid aan onderwerpen, van planten en insecten tot sieraden, munten en speelgoedfiguren, zorgt ervoor dat je je nooit zult vervelen.
Wanneer is een foto een macrofoto?
Een foto wordt een macrofoto genoemd als de afbeeldingsschaal minimaal 1:1 is. Dat betekent dat het onderwerp in werkelijkheid en op de sensor van de camera even groot is. Bij een afbeeldingsschaal van 1:1 wordt een object dat bijvoorbeeld 5 mm lang is, ook 5 mm groot weergegeven op de sensor. Een hond kun je dus nooit als macro fotograferen, en ook voor een hamster zijn de sensoren van gangbare camera's te klein. In plaats daarvan richt macrofotografie zich op kleine onderwerpen zoals insecten, bloemen of sieraden, die vanwege hun kleine formaat op schaal op de foto kunnen worden weergegeven.
Het verband tussen de afbeeldingsschaal en de minimale scherpstelafstand
Kan men met elke lens op schaal 1:1 fotograferen? Nee, daarvoor zijn speciale macrolenzen of accessoires nodig, waar we later nog op terugkomen. Om een klein object op ware grootte te kunnen fotograferen, moet je met de camera en de lens heel dichtbij komen. Precies hier schieten conventionele lenzen tekort, want elke lens heeft een zogenaamde minimale scherpstelafstand. Deze minimale scherpstelafstand hangt af van het betreffende lenssysteem en geldt daarom altijd alleen voor de lens die op dat moment wordt gebruikt.
Wat is de minimale scherpstelafstand? Deze geeft aan hoe dicht je bij een object kunt komen, zodat de combinatie van camera en lens het onderwerp nog scherp kan stellen. Een voorbeeld: als de minimale scherpstelafstand van een lens 30 centimeter is, kun je het onderwerp nog scherpstellen als je tot op 30 centimeter nadert. Als de afstand tot het onderwerp kleiner is, bijvoorbeeld 25 centimeter, kan de lens niet meer scherpstellen. Belangrijk: de minimale scherpstelafstand wordt niet berekend vanaf de frontlens van de lens, maar vanaf het sensorniveau van de camera. Het sensorniveau is bij elke camera bovenaan de behuizing gemarkeerd met een kleine cirkel met een horizontale streep. De 30 centimeter in ons voorbeeld worden vanaf deze markering geteld.

Bij conventionele objectieven is de minimale scherpstelafstand zo groot dat u er niet dicht genoeg bij het onderwerp kunt komen om macrofoto's op een afbeeldingsschaal van 1:1 te maken. Hier komen speciale macro-objectieven om de hoek kijken. Hun lenssystemen zijn zo ontworpen dat u er aanzienlijk dichter bij het onderwerp mee kunt komen. Overigens zijn er ook bij speciale macrolenzen verschillende minimale scherpstelafstanden. Met een telemacrolens met een brandpuntsafstand van bijvoorbeeld 100 mm kunt u 1:1-macro's maken vanaf een iets grotere afstand dan met macrolenzen met kortere brandpuntsafstanden, zoals 35 mm of 50 mm. In alle drie de gevallen kunt u fotograferen met een afbeeldingsschaal van 1:1. De telemacro is echter bijvoorbeeld beter geschikt voor macrofoto's van schuwe insecten, omdat deze door de grotere minimale scherpstelafstand niet zo snel worden weggejaagd.
Zo stelt u macromotieven correct scherp
De grootste uitdaging bij macrofotografie is de scherptediepte. Hoe dichter je bij een object komt, hoe kleiner het scherpe gebied in de foto wordt. Zo kan het gebeuren dat bij een insect alleen het voorste oog scherp wordt weergegeven, terwijl het tweede oog, dat slechts enkele millimeters verderop zit, onscherp lijkt. In dit verband speelt ook de keuze van het diafragma een doorslaggevende rol: een open diafragma, zoals bijvoorbeeld f/1,2, verkleint de scherptediepte, terwijl een gesloten diafragma, zoals bijvoorbeeld f/16, de scherptediepte vergroot. Als u in het bovenstaande voorbeeld meer dan één oog van het insect scherp wilt weergeven, moet u het diafragma sluiten om de scherptediepte te vergroten. Dit heeft echter tot gevolg dat er minder licht op de sensor valt, waardoor de sluitertijd moet worden verlengd of de ISO-gevoeligheid moet worden verhoogd.

Bij het scherpstellen speelt ook de scherpstelmodus een belangrijke rol. De autofocus is een goede optie als u uit de hand fotografeert en snel op onderwerpen wilt reageren. Met de continue scherpstelling in de AF-C-modus past de autofocus zich aan elke beweging van het onderwerp of de camera aan. Bij handmatig scherpstellen kunt u de focus daarentegen exact op het gewenste punt instellen. Daarbij kunnen ingebouwde scherpstelhulpmiddelen zoals de zogenaamde „Focus Peaking“ zeer nuttig zijn. Deze functie markeert randen die scherp zijn met een kleur. Sommige camera's bieden ook de mogelijkheid om een deel van het beeld vergroot weer te geven op het scherm of in de elektronische zoeker. Handmatig scherpstellen is veel eenvoudiger met een statief, omdat de scherpstelling langzaam heen en weer kan worden bewogen totdat het gewenste scherpstelpunt is gevonden.
Voor een betere scherpte is een stabiele stand belangrijk. Een statief helpt daarbij. Voor nauwkeurige aanpassingen van de scherpstelling kan bovendien een macro-verstelslede aan de statiefkop worden bevestigd. Hiermee kan de scherpstelling tot op de millimeter nauwkeurig worden aangepast. Als de sensor van de camera parallel aan het motief is uitgelijnd, krijgt u ook bij grote diafragmaopeningen de volledige scherpte. Bovendien kan bewegingsonscherpte worden geminimaliseerd door het gebruik van de zelfontspanner of een afstandsontspanner.
Voor scherpe detailfoto's raden wij u bijvoorbeeld onze zeer gedetailleerde fotoafdruk achter acrylglas aan.
Meer informatie over foto's achter acrylglas
De ideale sluitertijd
Om de ideale sluitertijd voor macrofoto's te bepalen, is het belangrijk om rekening te houden met de specifieke uitdagingen van macrofotografie. Normaal gesproken bepaalt men de sluitertijd voor opnamen uit de hand volgens de omgekeerde regel: de omgekeerde waarde van de brandpuntsafstand geeft de sluitertijd aan waarbij nog scherpe beelden ontstaan. Bij een 90 mm-objectief zou dat 1/90 seconde zijn, afgerond op 1/100 seconde. Bewegingen hebben echter een veel grotere invloed in het macrobereik. Terwijl een beweging van een millimeter bij een landschapsopname nauwelijks zichtbaar is, is dezelfde beweging bij een macro-opname duidelijk merkbaar als bewegingsonscherpte. Daarom is het raadzaam om met een nog kortere sluitertijd te werken, bijvoorbeeld 1/250 seconde, om zelfs de kleinste bewegingen in het beeld te vermijden.
Moderne camera's zijn inmiddels uitgerust met zeer effectieve beeldstabilisatiesystemen. Dit maakt het weliswaar iets gemakkelijker om trillingen te voorkomen, maar bij opnamen van zeer dichtbij kunnen zelfs beeldstabilisatoren geen wonderen verrichten. Daarom is het raadzaam om bij opnamen uit de hand aan de bovengenoemde omgekeerde regel te denken. Bij rustige motieven en opnamen vanaf een statief is men flexibeler wat betreft de sluitertijd. Hier kan men ook langer belichten.
Licht als uitdaging
De belichting speelt een cruciale rol in de macrofotografie. Pas door het juiste gebruik van licht komen structuren en details goed tot hun recht. Voor macrofotografie bij daglicht kan met zonlicht worden gewerkt. Vooral bij een laagstaande zon kunnen planten en insecten mooi worden belicht. Staat de zon daarentegen hoog aan de hemel, dan is het licht erg hard. Hier kan het zinvol zijn om een extra opvouwbare reflector mee te nemen om het licht in de gewenste richting te sturen. Ook bij het gebruik van kunstlicht kan de reflector een hulp zijn, bijvoorbeeld om 's avonds het anders te harde licht van een zaklamp zo te sturen dat het zachter op het macromotief valt.
Omdat je bij macrofotografie heel dicht bij het onderwerp komt, kan het gebeuren dat je met de camera, de lens of een opgestelde flitser een ongewenste schaduw werpt en daarmee zelf het licht wegneemt. Juist in combinatie met een gesloten diafragma voor een grote scherptediepte kan dit een lange sluitertijd of een hoge ISO-waarde noodzakelijk maken. Om de belichting te corrigeren, zijn sommige macrolenzen bijvoorbeeld uitgerust met een klein LED-ringlicht aan de voorkant. Er zijn ook speciale macroflitsers die gespecialiseerd zijn in belichting op korte afstand. Als alternatief kunnen ook kleine LED-lampjes worden gebruikt.
Laat uw macrofoto's stralen: met de metallic foto achter acrylglas ultraHD.
Meer informatie over metallic fotoafdrukken achter acrylglas

Speciale macrolenzen
Macro-objectieven zijn speciaal ontworpen voor hoge vergrotingen met een uitstekende beeldkwaliteit. Ze onderscheiden zich door een hoge resolutie en een zeer goede scherpte tot in de hoeken van het beeld. Daarnaast zijn ze geoptimaliseerd voor geringe vervorming en minimale chromatische aberratie, om natuurgetrouwe kleuren en heldere details op korte afstand mogelijk te maken. Sommige macrolenzen zijn ook uitgerust met beeldstabilisatoren, die bij close-ups uit de hand nuttig zijn om bewegingsonscherpte te voorkomen. Wie insecten wil fotograferen, kan het beste kiezen voor een telemacro met een brandpuntsafstand vanaf 100 mm. Hiermee kun je vanaf een iets grotere afstand close-ups maken op een schaal van 1:1. Schuwe insecten worden zo niet weggejaagd. Voor productfoto's en andere stilstaande onderwerpen zijn ook kortere macrobrennweiten een goede keuze.
Naast macrolenzen voor een vergrotingsfactor van 1:1 zijn er ook supermacrolenzen die nog grotere vergrotingsfactoren mogelijk maken, zoals bijvoorbeeld 5:1. In deze gevallen moet je echter absoluut met een statief werken, omdat het scherpstelbereik zo klein wordt dat macrofoto’s uit de hand niet meer mogelijk zijn. Een kleine tip voor het kiezen van een lens: niet elke lens met de aanduiding "macro" is ook een echte macrolens. Zo zijn er bijvoorbeeld zoomlenzen die weliswaar het woord "macro" in de productnaam dragen, maar geen close-ups op een schaal van 1:1 mogelijk maken. In deze gevallen betekent de aanduiding "macro" alleen dat de minimale scherpstelafstand is verkort. Zo kun je weliswaar dichter bij het onderwerp komen, maar bereik je niet de voor macrofoto's gewenste afbeeldingsschaal.
Accessoires voor macrofoto's met conventionele objectieven
Gewone lenzen hebben doorgaans een te grote minimale scherpstelafstand voor opnamen op een afbeeldingsschaal van 1:1. Als u slechts af en toe macrofoto's wilt maken en daarvoor geen speciale macrolens wilt aanschaffen, zijn er verschillende accessoires om gewone lenzen geschikt te maken voor macrofotografie.
Een veelgebruikt accessoire zijn tussenringen, die tussen de camera en de lens worden gemonteerd. Deze ringen vergroten de afstand tussen de lens en de sensor, wat de minimale scherpstelafstand verkleint en zo grotere afbeeldingsschalen mogelijk maakt. Tussenringen hebben het voordeel dat ze geen glazen lenzen hebben en dus de beeldkwaliteit van de lens niet beïnvloeden. Ze verminderen echter de hoeveelheid licht die op de sensor valt, waardoor langere belichtingstijden of hogere ISO-waarden nodig zijn.
Een ander handig accessoire zijn close-up lenzen, die net als filters voor de lens worden geschroefd. Deze lenzen verkorten de brandpuntsafstand, zodat men dichter bij het onderwerp kan komen. Close-up lenzen zijn licht, eenvoudig te hanteren en beïnvloeden de hoeveelheid licht niet zo sterk als tussenringen. Het nadeel is echter dat de beeldkwaliteit kan worden beïnvloed door extra glazen lenzen, vooral bij goedkopere close-up lenzen.
Balgen bieden ook de mogelijkheid om de afstand tussen de lens en de camera te vergroten. Ze werken op dezelfde manier als tussenringen, maar zijn traploos verstelbaar, wat een nauwkeurigere controle van de afbeeldingsschaal mogelijk maakt. Het voordeel van balgen ligt in hun flexibiliteit, maar ze zijn vaak omvangrijker en ingewikkelder in het gebruik. Bovendien kan de balgconstructie de stabiliteit beïnvloeden en leiden tot bewegingsonscherpte.
Een andere mogelijkheid zijn retro-adapters, waarmee de lens omgekeerd op de camera kan worden gemonteerd. Vooral bij groothoeklenzen wordt hierdoor de afbeeldingsschaal aanzienlijk vergroot. Het voordeel van de retro-adapter is de hoge vergroting zonder extra glasoppervlak. Het nadeel is dat de bediening lastig kan zijn, omdat veel moderne lenzen zonder elektrische verbinding met de camera geen diafragmaregeling hebben. Er zijn echter ook professionele en dus dure retro-adapters die een elektrische verbinding van de omgekeerd gemonteerde lens met de camera mogelijk maken.
Conclusie
Macrofotografie biedt fascinerende mogelijkheden om de verborgen schoonheid van kleine details vast te leggen. Tegelijkertijd brengt macrofotografie ook bijzondere uitdagingen met zich mee, vooral wat betreft de scherptediepte. Met het juiste begrip van de basistechnieken, zoals diafragmeren om de scherptediepte te vergroten en de keuze van de juiste scherpstelmodus, kunnen indrukwekkende resultaten worden behaald. Accessoires zoals statieven, afstandsontspanners en speciale macrolenzen zijn vaak onmisbaar om de vereiste stabiliteit en precisie te garanderen. Maar ook met conventionele objectieven zijn macrofoto's mogelijk, mits de juiste accessoires worden gebruikt. Uiteindelijk vereist macrofotografie geduld, precisie en oefening, maar beloont de fotograaf met unieke en gedetailleerde opnames die de kijker een nieuw perspectief op de wereld bieden.
Lees meer over de auteur
Jan-Ole Schmidt (beter bekend als Ole) komt uit Noord-Duitsland en werkt al vele jaren bij WhiteWall. Als teamleider bij Productmanagement brengt hij jarenlange ervaring in de fotobranche mee. Hij heeft zich de fotografie als autodidact eigen gemaakt en daarbij gedegen kennis opgebouwd op het gebied van beeldproductie, papiersoorten, laminering en inlijsten.
Zijn kracht ligt in de combinatie van technische expertise en het perspectief van de klant - van het uploaden van bestanden tot het inlijsten in de WhiteWall configurator. Ole heeft workshops gegeven, was te gast op podcasts en staat in nauw contact met de fotografiegemeenschap. Hij woont, werkt en fotografeert in Keulen.

WhiteWall product aanbevelingen
Onzeker? Wij helpen u graag.

Stores Hulp nodig?Ons team helpt u bij het selecteren van de perfecte producten!ONTDEK HET NU
Klantenservice Bel ons op onder nummer +31 20 890 82 46 of schrijf ons een e-mail op info@whitewall.nl.Online advies
Cadeaubonnen Cadeaubon als spontaan geschenkNu ontdekken







